Spring naar hoofd-inhoud

Dit artikel van Yaike Dunselman is gepubliceerd in STIL december 2022. Yaike Dunselman is sinds 2020 lid van het team van de sectie voor beeldende kunsten aan het Goetheanum in Dornach CH.

 

Het vormgevingsproces in de architectuur

Het thema “Hoe komt het nieuwe in de wereld” is een zoektocht waarmee ik mij als architect al sinds mijn studietijd bezighoud. Een zoektocht waarin ik meen dat met bewustzijn naar de kern van iedere bouwopgave moet worden gezocht, en waar het kunstzinnige vormgevingsproces haar oorsprong in het onderbewuste lijkt te hebben. Een zoektocht waarin het bewuste en het onderbewuste samenkomen. Een zoektocht in twéé werelden, enerzijds de wereld waarin bijvoorbeeld het ideaal, of het motief dat aan een opgave verbonden is, lijkt te liggen. Anderzijds de wereld van materiele werkelijkheid van bijvoorbeeld materiaal, budget en regelgeving. Twee werelden die in iedere opgave bij elkaar moeten komen.

Bewustzijn voor het proces

Omdat het voor mij van wezenlijk belang is een bewustzijn voor dit proces te ontwikkelen, heb ik geprobeerd een principeschets van dit proces te maken. De rol van de opdrachtgever is belangrijk in het ontwerpproces. Daarom breng ik deze principeschets meestal ook vroegtijdig bij mijn opdrachtgevers in gesprek, om zo gezamenlijk met bewustzijn, voor dat wat ontstaat, het ontwerpproces te kunnen vormgeven. In dit beeld ligt mijn overtuiging ten grondslag dat ik als architect bij iedere ontwerpopgave zo lang mogelijk mijn eigen voorstellingen en ‘vorm-wil’ achterwege moet houden. Om zo te kunnen zoeken naar dat wat mij uit de opgave tegemoet kan komen.  Deze principeschets heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld.

Verticale ontwikkeling

Oorspronkelijk had ik het idee, dat het vormgevingsproces lijkt op het groei- en ontwikkelproces van planten: een onderaardse kiem die richting het zonlicht groeit. Dit beeld drukte zich uit in een principeschets van een verticale lemniscaat met een duidelijke horizontale scheidingslijn (Schets 1). Onder de horizontale scheidingslijn wordt als het ware de kiem van het proces afgebeeld, de wereld waarin van ‘buitenaf’ alle inhouden en randvoorwaarden aan de ontwerpopgave worden meegegeven. De wereld van dat wat wil ontstaan ligt hier, in dit proces, besloten. Het is de plaats waar met de opdrachtgever, gebruiker en andere betrokkenen aan het bouwproces gezamenlijk wordt geïnventariseerd, zowel kwantitatief als kwalitatief. Het is voor mij essentieel alle aspecten van de opgave, van ideaal, motief en droom, locatie en omgeving, tot budget en regelgeving zo objectief mogelijk te inventariseren en daarbij (als architect) geen eigen voorstellingen mee te nemen, maar uitsluitend te luisteren. Pas dan kan werkelijk vanuit de inhoud van de opgave de vormgeving ontstaan.

Boven de horizontale scheidingslijn wordt als het ware de omgestulpte kiem afgebeeld die van binnenuit vorm krijgt en de wereld in haar individuele verschijningsvorm tegemoet groeit. Daartussen bevindt zich die horizontale scheidingslijn, het ‘wonderlijke’ moment waar de architect in het vormgevingsproces de verzamelde inhouden omvormt tot een nieuwe verschijningsvorm. Een verschijningsvorm waarin de inhoud in materiaal, vorm, ruimte en kleur in verschijning treedt.

Het vormgevingsproces is en blijft een wonder dat niet met bewustzijn te vatten is.  Het resultaat van dit proces is echter een met bewustzijn te beoordelen verschijningsvorm. Vaak vergaat het ons toch zo dat wij in het vormgevingsproces met alle inhouden van de opgave luisterend en zoekend leven. Dat ons genialiteit lijkt te ontbreken. Dat luisteren en zoeken moet en wil overgaan in willen. Dat wij zwoegend, peinzend, vertwijfeld voor of over onze tekentafel hangen. Dat wij uren-, dagen-, soms wekenlang zoekende zijn naar die ene individuele oplossing. Als wij ons dan bijvoorbeeld door het bureau bewegen, koffie halen of naar het toilet gaan, stromen ons tijdens deze beweging de beelden tegemoet. Ze lijken uit een diep onderbewustzijn omhoog te komen. Als in de schets stulpen zich de inhouden, waarmee je je verbonden hebt, boven de horizontale scheidingslijn om en komen in materiaal, vorm en kleur tevoorschijn.

Het omstulpings- en vormgevingsproces heeft werkelijk iets raadselachtigs, maar dat wat ontstaat is wel met het bewustzijn te beoordelen. Hier kan de architect, samen met de betrokkenen van het project, met bewustzijn beoordelen of en in hoeverre het ontstane beeld werkelijk met deze individuele opgave te maken heeft.  We hebben dan de mogelijkheid om het ontstane vervolgens stap voor stap naar een passender en individueler niveau te ontwikkelen.

Intensieve verbinding

Dit proces van stap voor stap het ontstane verder ontwikkelen is intensief. Het is géén dagdromen of fantaseren. Het is eindeloos willen optimaliseren, schetsen, denken, zoeken en onderzoeken, verkeerde keuzes maken, gevonden evenwicht verstoren, té veel willen vormen, reduceren en proberen de essentie te vinden, overleggen, met ambtenaren en regelgeving botsen, soms de confrontatie zoeken en het conflict voorkomen. Verrassenderwijze komt je in al dit harde werken, in al deze weerstand de optimalisatie hierin tegemoet! Het gebeurt maar al te vaak dat juist deze weerstand vormend is en het resultaat positief beïnvloedt.

Twee werelden

De eerste principeschets staat in het teken van “de kiem ontwikkelen”. Daarmee is het vormgevingsproces echter nog niet compleet. Ik beleef sterk dat het centrale vormgevingsmotief zich van binnen naar de toekomst ontwikkelt, en dat het tegelijkertijd (misschien wel vooral) van buiten door weerstand gevormd wordt. Twee werelden. Enerzijds wil men als architect de toekomst van binnenuit vormgeven, anderzijds moet men ook weerstand van buiten opnemen en verwerken. Het is een intieme wisselwerking en een ritme van scheppen en opnemen, van opnemen en scheppen. Rudolf Steiner formuleert iets soortgelijks over het eerste Goetheanum: “En het aanvoelen van deze samenwerking van de opnemende - en de in zich scheppende mens, dat is het, wat zich vervolgens uitkristalliseerde in het bouwmotief voor Dornach.” 1

De eerste principeschets die ik jaren geleden maakte, heeft zich getransformeerd. De verticale lemniscaat is een kwartslag gedraaid, nu met een verticale scheidingslijn: het verbeeldt veel meer de architect tussen deze twee verschillende werelden (schets 2). De architect die in beide werelden, in beide richtingen schept en opneemt. In de ene wereld, de meer ideële wereld, staat de architect open voor de toekomstimpulsen die aan de opgave verbonden zijn, en verbindt de architect zich met de toekomstbeelden die de betrokken mensen hebben, met het gemeenschappelijke, met het motief van de opgave en ontstaat een vreugde aan de ontmoetingen en relaties. Hier begint de architect zich een innerlijk beeld te vormen van de toekomstige vormgeving. In de andere wereld verbindt de architect zich met de materiele wereld, met de fysieke locatie, met regelgeving, met budget, met de materie waaruit een nieuw bouwwerk ontstaat. Het is een scheppen en opnemen in twee richtingen: in de richting van een ideëel vormmotief dat zich richt op een verre toekomst en tegelijkertijd in de richting van een zintuigelijke tastbare wereld van materie.

Het tastbare vormen

En daar ontstaat iets heel verrassends, opnieuw het raadselachtige van het vormgevingsproces: wanneer de architect zich inhoudelijk in de ene richting inleeft, in het ideële van de opgave, komen hem vanuit de andere tastbare wereld, in de ontmoeting met deze tastbare wereld,  de inhoudelijke ideeën tegemoet. Wat de architect innerlijk voor ogen heeft als motief, komt hem door zijn handen tegemoet! Als de architect een toekomstig beeld zoekt in de ene (ideële) wereld, komt hem dat door de andere (tastbare)wereld tegemoet (Schets 3 & 4).

Dat is een wezenlijk fenomeen van het vormgevingsproces: ik verbind me inhoudelijk met de toekomst, met een ideëel vormgevingsmotief, met het idee achter de opgave. Het tastbare belichaamd niet deze idee. Nee, het tastbare vormt zich kunstzinnig gedurende het proces, het ontwikkelt zich door het menselijke vormen uit zichzelf en verheft zich tot de sfeer van he ideële.

Vaardigheden

Deze zoektocht is nog niet voltooid en zal mij de komende jaren blijven bezighouden. Het is volgens mij essentieel voor ons als architecten om vaardigheden te blijven oefenen die ons in bewustzijn van het ontwerpproces kunnen ondersteunen. Ik wil hier drie dingen noemen: Objectiviteit: oefen om geen vooringenomen ideeën mee te nemen! Breng alleen je ontwerpvaardigheden mee, dat is de juiste voorbereiding. Laat een opgave niet door oude dingen getekend worden. Het is belangrijk om open in het proces te stappen, zonder vooringenomen ideeën of voorstellingen, zodat het ontwerp echt vanuit de opgave zelf ontwikkeld kan worden. Alleen dan kan het ontwerp individueel, passend en uniek zijn voor de plek, de functie en de opdrachtgever. Innerlijke rust: Oefen keer op keer om het essentiële van het niet-essentiële te onderscheiden. Gedurende het ontwerpproces komen altijd veel verschillende onderwerpen, vragen, weerstanden en emoties naar boven. Laat je niet van je pad afbrengen, bewaar de innerlijke rust en vastberadenheid om te vinden wat essentieel is. Verbinding: Oefen om het universele, het algemene, dat tijdens het proces naar je toestroomt, lief te hebben. Wees wakker om verborgen dingen te zien. Vorm geen mening, wijs niets af, maar oefen om objectief, met innerlijke rust en liefde te accepteren wat op je afkomt!

 

1. Rudolf Steiner: «Der Doppelkuppelbau und seine Innenarchitektur», in: Ders.: Der Baugedanke des Goetheanums, GA 289, 16. Oktober 1920, Dornach 2017, S. 29.

to top
Deze website maakt gebruik van cookies. Met het gebruik van de website, gaat u er mee akkoord dat wij cookies opslaan. Lees meer.
Begrepen